“Goed tegen de balustrade dansen”


Zaterdag 18 mei. De eerste repetities met voltallige cast op locatie. Vandaag is het de beurt aan de Unifarmkas, de kerk, de sterflat en het Forum.
In de Unifarmkas staat theatergroep Lens in een gang met regisseur Elly Snip te werken aan de verstaanbaarheid. “Niet te snel willen, èlke letter uitspreken”, zegt Elly, “en als je de draad kwijt raakt probeer je er dan uit te redden.” In een andere gang is het koor Punt Uit aan het inzingen, in groene kleding. Zij zijn in de voorstelling amanuenses, die hun werk in de kas doen.
Fen en Anneke van de kostuums delen witte laboratoriumjassen uit aan de spelers van Lens, en blauwe hoesjes voor om de schoenen. Daar staat opeens een stel wetenschappers! Wat een witte jas kan doen … Koor en spelers komen nu samen en de doorloop gaat beginnen. Albert Hoex legt uit hoe straks de locatiebegeleider komt vertellen dat het publiek gearriveerd is, dan een seintje verwacht dat koor en spelers klaar zijn en vervolgens het publiek binnen brengt. Op dat moment begint het koor te zingen, de amanuenses aan het werk. Als het publiek heeft plaatsgenomen komen de wetenschappers binnen en ontvouwt zich de scène. De wetenschappers hebben echte kweekjes en proefjes tot hun beschikking, en ook handschoenen, potjes, spuiten, wat het allemaal heel echt maakt. Tussen de planten op de achtergrond zijn studenten bezig, en dat zal ook doorgaan tijdens de voorstellingen, wat het nog echter maakt.

Spelers en koor gaan hard aan de slag en wij verlaten de scène om naar de kerk op de Markt te gaan.


Ook in de kerk zijn ze volop bezig, en wat wórdt dat mooi! Het Kleinkoor en het Cantatekoor zijn gemengd en staan nu in twee groepen tegenover elkaar op de balkons. Hun gezang is prachtig in deze grote ruimte. De spelers van het werktheater/Toteel zijn ineens onherkenbaar in hun kerkkleding. Wat we bij de repetities zagen is hier ineens zó echt, ontroerend zelfs. Regisseur Lise-Lott Kok en dirigent Marjon van der Linden van het Cantatekoor (zij en dirigent Jan Maas van het Kleinkoor wisselen elkaar af) overleggen. Vooral ook met Marielle Woltring, de componiste, die er vandaag ook bij is. De timing wordt nauwkeurig bekeken. Nu vallen de langgerekte oeoeoeh’s op hun plaats. De koorleden die tijdens hun eigen repetities het geheel nog niet goed konden overzien ervaren nu hoe prachtig alles in elkaar past en wat een mooie sfeer hier wordt neergezet. (Al zien ze van het spel nog niet veel vanaf hun plaatsen). De spelers zetten een prachtig plaatje neer. Het hele gedeelte waar de kerkgangers normaal zitten wordt nu door hen gebruikt. Hoedjes, zeepbellen en kippenvel …

Het is pauze in de kerk. De koorleden komen naar beneden, de hoedjes gaan af, er komen broodjes uit de tassen en er is koffie. Tijd voor ons om naar de volgende locatie te gaan, de sterflat.


Bij de sterflat komt de muziek ons al tegemoet. De Harmonie speelt op de tweede en derde verdieping, de dirigent staat op het platje boven de ingang, een grappig, onalledaags gezicht. Vanaf de derde verdieping omhoog de danseressen van Jacqueline Hutten in hun knalroze kostuums, wat mooi afsteekt tegen de sterflat. Jacqueline zelf staat beneden met een microfoontje aanwijzingen te geven. “Goed tegen de balustrade dansen”, roept Jacqueline, “dan ben je beter te zien”. Dat wordt op elke verdieping gehoord. Een dag eerder hebben vrijwilligers Marko Krol en Nico Bijl alle benodigde bedrading aangelegd, zodat er nu op elke verdieping een klein luidsprekertje staat en de dansers zowel Jacqueline als de muziek kunnen horen. De meiden hebben nu weinig houvast meer aan elkaar, ze zien elkaar niet en het komt aan op tellen, tellen, tellen. “Als ik het niet meer mocht weten duik ik gewoon onder de balustrade zodat ze me niet zien en dan pik ik het weer op waar ik het wel weer weet”, stelt een van hen zichzelf gerust.
De muziek van de Harmonie klinkt als een klok! Verscheidene voorbijkomende fietsers stappen even af om het schouwspel te bekijken. Ook sommige studenten die in de flat wonen komen naar buiten. Dit zie je natuurlijk niet elke dag. Albert is zichtbaar blij, dit gaat werken! En hij roept iedereen bij elkaar in de hal van de flat om nog wat punten door te nemen.


De vierde locatie waar gerepeteerd wordt is het Forumgebouw op de campus. Daar is het even zoeken. Op de plek waar het koor (het Toonkunstkoor) eerst gedacht is komt het niet goed over. Het is net iets te ver boven het publiek. Je ziet alleen wat koppies en dan nog veelal met een muziekblad ervoor. Ze kunnen niet tot aan de balustrade komen omdat daar tafels staan met computerschermen. Ze moeten dus op stoelen en op die tafels staan om gezien te worden, en het is echt hoog, dus dat is soms eng. Het werkt niet optimaal. Daarom wordt er besloten om het tegenoverliggende balkon te proberen, wat iets lager ligt en iets dichter bij het publiek is. Dat is een goede ingreep want iedereen is veel beter zichtbaar. Albert is tevreden.
Het is ook voor het eerst dat de drie koperblazers er bij zijn. Ook dat moet nog met elkaar afgestemd worden, en ook de verteller in het stuk moet weten hoe hij (of zij, het zijn twee koorleden die afwisselen) snel vanuit het koor bij het publiek moet komen. Onderwijl wordt er in het Forum gewoon doorgewerkt. Her en der zitten studenten achter de computers. Dat zal tijdens de voorstellingen ook zo zijn, wat het sfeertje versterkt. Alleen al de binnenkomst in dit gebouw zal voor het publiek indrukwekkend zijn, voor degenen die hier nog nooit geweest zijn. Zo heeft iedere locatie zijn eigen sfeer.


De volgende ochtend is het gelukkig mooi weer. Uitstekend voor de repetitie op het Wallepad dus. Een bootje met vrolijke muziek van de muzikanten van Madlot ligt in de gracht, met een bekwame bomer achter op de boot. Aan de kant de spelers van theatergroep WDT, geschminkt en in kostuum. Het fluitekruid bloeit, de seringen geuren en een eekhoorntje dendert door de bomen. Een perfecte sfeer voor de Midzomernachtsdroom-in-tien-minuten . De scène wordt vandaag grondig doorgenomen. Dat betekent ook afstemmen met de muzikanten. De bomer in het bootje is dermate goed dat het bootje in een hoog tempo door de gracht vaart. Iets te snel. “Je kunt er achter waterskiën!” roept iemand vrolijk. Het is wel meteen een geweldig sfeertje, zo met de muziek! De spelers nemen elk onderdeel minutieus door. De doorlooptijd wordt geklokt. Veertien minuten. (Er is een strak schema, alle scènes moeten ongeveer even lang duren, daartussen zit een hele carrousel aan rondtrekkende publieksgroepen). “Maar je moet ook niet het gevoel hebben dat je tegen de tijd in moet spelen”, zegt Albert, die er ‘s middags bij is, “dan ga je haasten, dat komt het spel niet ten goede”. Het blijft rond veertien minuten, en dat is prima.
Vandaag is er soms even publiek in de vorm van wandelaars die ineens oog in oog komen te staan met een groep vreemd uitgedoste mensen. Zij krijgen meteen een flyer van de Expeditie in handen gedrukt met uitleg. (Er is een stel bij dat al kaartjes heeft voor de tweede Expeditiedag).

Een eerste locatierepetitieweekend zit erop. Langzaam begint het duidelijk te worden hoe de expeditie er uit gaat zien. Degenen die niet gaan kijken gaan iets heel speciaals missen, zoveel is zeker!